Huizen moet 219 opvangplekken ter beschikking stellen vanaf 1 juli 2027. Daarbij horen een aantal, een termijn en een sanctie als de gemeente het niet haalt. Voor de 2.800 mensen die hier een woning zoeken is geen van die drie dingen geregeld.
Deze pagina legt de opvangplekken en de woningen naast elkaar. Komt u een woord tegen dat u niet kent? Dat staat uitgelegd bij de termen.
Wat de gemeente moet regelen
Het college schrijft dat zelf aan de minister. De gemeente heeft nu geen enkele plek in gebruik, dus er moet iets nieuws komen.
Een opvangplek is geen woning. Mensen die asiel aanvragen wachten daar op een beslissing. Maar zo'n plek vraagt wel een locatie. Die moet uit dezelfde schaarse ruimte komen.
In haar eigen woorden, uit de online vragenlijst.

Voorbeeld van de gemeente: het voormalige Hotel Newport.


Bij wonen op het water schrijft zij dat dit "een oplossing zou kunnen bieden voor het gebrek aan bouwruimte op het land". Zij erkent dat gebrek dus. En zij legt een richting voor om er iets aan te doen.
Onze vraag: waarom wordt die denkrichting alleen bij de opvang van vluchtelingen voorgelegd? En niet bij de mensen die hier al jaren op een woning wachten?
Bron: de online raadpleging van de gemeente Huizen, schermen 10 tot en met 13. Wij hebben de vragenlijst scherm voor scherm overgetypt, zie de ideeënbus ontleed.
In de Werkhaven lagen opvangschepen met 200 plekken. Het college schreef in april 2026 aan de minister dat Huizen daarmee op 1 februari 2026 aan de wettelijke taak voldeed.
Op 1 april 2026 zijn die schepen vertrokken. In dezelfde brief staat dat Huizen sindsdien "geen actieve opvanglocaties meer heeft voor asielzoekers".
Diezelfde rijksbrief van 9 april 2026 schaalde Huizen in op trede 2 van de interventieladder. Dat is de trap van maatregelen die het Rijk gebruikt bij gemeenten die achterlopen op de opvangtaak. Voor de woningopgave van Huizers bestaat zo'n trap niet.
Voor de nieuwe opgave is nog geen locatie aangewezen. Over het aantal verschillen de rijksstukken. Het college noemt 219 plekken, de Staatscourant 216.
Bron: brief van het college aan de minister van Asiel en Migratie, 28 april 2026, nummer Z.454168. Antwoord op de rijksbrief over interbestuurlijk toezicht van 9 april 2026. Daarin staat de tabel: wettelijke taak 200, realisatie op 1 februari 2026 ook 200.
De verplichting zelf staat in de Spreidingswet, artikel 5 tot en met 7. Zie Feiten en bronnen.
De woningen
Zij krijgen een gewone sociale huurwoning. Dat zijn dezelfde woningen waar Huizers op wachten. In de regels heet iemand die al mag blijven een statushouder.
De opvangplekken en de woningen staan los van elkaar. Hoeveel statushouders Huizen moet huisvesten hangt af van het inwonertal. Niet van het aantal opvangplekken hier. Maar bij beide staat wel een aantal en een termijn.
Voor die woningen gelden andere regels dan voor u. Op twee punten.
Het aanvragen van voorrang
Een statushouder krijgt automatisch urgentie en wordt direct bemiddeld naar een woning. Een Huizer moet urgentie aanvragen en afwachten. Wie met voorrang een woning nodig heeft, heet in de regels een urgent woningzoekende. Voor Huizers gaat dat via een aanvraag en een commissie.
Bijvoorbeeld iemand met een medische urgentie. Of een ouder die met kinderen dakloos raakt. Of iemand die geweld thuis meldt.
| Een statushouder | Een Huizer die voorrang nodig heeft |
|---|---|
| Hoeft niets aan te vragen | Moet zelf schriftelijk een aanvraag indienen |
| Hoeft niets te bewijzen | Moet de situatie aantonen met bewijsstukken |
| Gaat niet langs de urgentiecommissie | Krijgt verplicht een advies van de urgentiecommissie |
| Wacht niet op een besluit | Wacht tot acht weken op een beslissing |
| Krijgt de woning rechtstreeks toegewezen, buiten de advertenties om | Moet daarna binnen drie maanden zelf een woning vinden |
| Concurreert niet met andere woningzoekenden | Concurreert met alle andere urgent woningzoekenden |
Dit staat in de toelichting bij de verordening van de gemeente zelf.
Bron: de artikelsgewijze toelichting bij de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2024, bijlage bij artikel 6.5, bij de artikelen 4.1.3, 4.3 en 4.4. De gemeenteraad van Huizen stelde deze verordening vast op 9 november 2023. Zie Feiten en bronnen voor alle artikelnummers.
In 2022 werden in Huizen 287 sociale huurwoningen toegewezen. Daarvan gingen er 17 naar statushouders. In de hele regio ging het om 109 van de 1.634 woningen.
Van die 287 woningen gingen er 207 via het aanbodmodel, 50 via loting en 30 via directe bemiddeling. De 17 woningen voor statushouders zitten in die laatste 30.
Het is dus dezelfde stapel woningen, maar een andere route. Een woning die direct wordt bemiddeld, komt niet in de advertenties waar anderen op reageren.
Bron: Jaarrapportage woonruimteverdeling Regio Gooi en Vechtstreek 2022, tabel 3a en 3h. Het gaat om woningen, niet om personen.
Er is nog een groep die niets hoeft aan te vragen. Dat zijn mensen die moeten verhuizen omdat hun huis wordt gesloopt of opgeknapt. Voor hen geldt dezelfde lichte route.
Het verschil zit dus niet bij één groep. Het zit erin dat de ene urgentie een aanvraag vergt en de andere niet.
In de officiële rangorde komen urgent woningzoekenden als eerste aan de beurt. Dat klopt. Maar een statushouder doet niet mee aan die rangorde. Zijn woning kan al toegewezen zijn voordat die rangorde eraan te pas komt.
Wie wel op de lijst staat, concurreert dus om wat daarna nog vrijkomt.
De termijn
Het Rijk bepaalt elk halfjaar hoeveel statushouders een gemeente moet huisvesten. Dat heet de taakstelling. Daar hoort een aantal bij, een termijn en een sanctie als de gemeente het niet haalt.
Voor de eerste helft van 2026 is de taakstelling 34 personen. Daar komt een achterstand van 20 bij. Huizen moet er dus 54 huisvesten.
De taakstelling loopt per halfjaar. De Huisvestingswet noemt het aantal statushouders in wier huisvesting "per gemeente per kalenderhalfjaar dient te worden voorzien".
Huisvest de gemeente niet op tijd genoeg statushouders, dan neemt de provincie het over op kosten van de gemeente. Dat heet indeplaatsstelling.
Bron: artikel 1 en artikel 28 van de Huisvestingswet 2014. De sanctie staat in artikel 124 van de Gemeentewet: gedeputeerde staten kunnen erin voorzien "ten laste van de gemeente". De aantallen komen uit het overzicht huisvesting vergunninghouders van het ministerie, peildatum 1 februari 2026.
Sinds 1 juli 2026 kunnen gedeputeerde staten en de minister het college een instructie geven over de woningbouw. Daar kan de gemeente niet tegenin. Maar die instructie gaat over "een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad". Zonder aantal, zonder termijn en zonder sanctie.
Het verschil zit dus niet in het bestaan van toezicht. Het zit in wat dat toezicht kan afdwingen.
Bron: artikel 2.33, tweede lid onder e. Ook artikel 2.34, tweede lid onder h, Omgevingswet, ingevoegd bij de Wet versterking regie volkshuisvesting, Staatsblad 2026, 156.
De gemeente Delfzijl kreeg zo'n ingreep opgelegd en stapte naar de rechter. De Raad van State gaf de provincie gelijk. De gemeente vond dat zij met een eigen rekenwijze aan de taakstelling voldeed, maar dat hield geen stand.
Bron: Raad van State, 8 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2647, zaaknummer 201704490/1/A3. De zaak ging over de resttaakstelling 2016-1 voor de huisvesting van vergunninghouders.
Geen aantal, geen termijn en geen sanctie. Wel vier projecten die al jaren lopen.
In 2019 zette de raad deze locatie op een lijst van 26 mogelijke bouwplekken. Er is nog geen bouwplan vastgesteld. Bij elke vervolgstap staat "nader te bepalen".
Staat sinds 2019 op diezelfde lijst van 26 locaties. In september 2025 stelde de raad het ruimtelijk kader vast. Een bouwstart is niet bekend.
Het verst gevorderd. Het participatietraject begon in april 2023. De ontwikkelaar wordt eind 2026 gekozen. De gemeente schat de bouwstart op 2028.
Het haalbaarheidsonderzoek begon in september 2025. De raad beslist eind 2026 of begin 2027 over het vervolg. Een bouwstart is niet bekend.
Bron: de projectpagina's van de gemeente zelf, Oostermeent, Kalmoes, Wolfskamer en Holleblok. Bij Oostermeent en Kalmoes noemt de gemeente dit zelf een "conceptplanning" en vermeldt dat de data kunnen wijzigen. Geen van de vier is in aanbouw.
De woningcorporatie en de huurdersbelangenvereniging riepen het college in april 2025 publiekelijk op om sneller te bouwen. Zij noemden daarbij een aantal.
Het gaat ons niet om de verhouding tussen die getallen. Het gaat om iets anders. Voor de ene groep bestaat een aantal, een termijn en een sanctie. Voor de andere geen van die drie.
Bron: NH Gooi, 30 april 2025, "Woningcorporatie roept Huizen op om snel nieuwe woningen te bouwen". Het aantal is een opgave van de corporatie zelf, geen telling van NH Gooi.
Het college tekende afspraken met de woningcorporatie en de huurdersvereniging. Onder het punt "Groei sociale huurvoorraad" staat dat partijen afspreken "dat er sprake zal zijn van een netto groei aan het eind van de prestatieperiode".
Er staat wel een verhouding bij: op elke verkochte sociale huurwoning komen er twee terug. Maar nergens staat hoeveel woningen er in totaal bij moeten komen. De groei is gekoppeld aan verkoop, niet aan een aantal.
In het regionale Woonakkoord staan wel getallen: 11.500 woningen tot 2040. Maar dat is een totaal voor de hele regio. Het eigen aandeel van Huizen staat er niet bij.
Bronnen: Prestatieafspraken Huizen 2024 tot en met 2027, ondertekend 9 april 2024, agendapunt 1 "Groei sociale huurvoorraad". En het Woonakkoord Regio Gooi en Vechtstreek, 11 mei 2021, pagina 41.
In de omgevingsvisie die de raad in 2024 vaststelde staat: "Huizen wil, wanneer dat mogelijk is, graag een bijdrage leveren aan de regionale behoefte en antwoord geven op de oproep van het Rijk. Maar we vinden het allereerst belangrijk om te kunnen voldoen aan de eigen behoefte."
Bij die belofte over woningbouw voor eigen inwoners staat "wanneer dat mogelijk is" en geen enkel aantal. Bij de taakstelling voor statushouders staat wel een aantal en een termijn.
Bronnen: Omgevingsvisie gemeente Huizen, vastgesteld door de raad op 26 september 2024, hoofdstuk 3. En de Woonvisie Regio Gooi en Vechtstreek 2016-2030, mede vastgesteld door Huizen.
In de eerste helft van 2025 moest Huizen er 61 huisvesten en werden het er 16. De achterstand liep op tot 45.
In de tweede helft van 2025 draaide dat om. De taakstelling was 30 en Huizen huisvestte er 55. De achterstand daalde daardoor naar 20.
Dat is het verschil met de woningbouw. Bij de taakstelling loopt een teller die iedereen kan zien. En staat iemand klaar om de gemeente erop aan te spreken.
Bron: ministerie van Asiel en Migratie, "Overzicht huisvesting vergunninghouders", peildatum 1 juli 2025 en 1 februari 2026, op open.overheid.nl. Zie Feiten en bronnen.
Aan de raad
De taakstelling komt van het Rijk en daar gaat Huizen niet over. Maar wat er voor Huizense woningzoekenden ontbreekt, kan de raad wél regelen.
Die vragen komen op tafel bij de commissie en de raad. Het eerstvolgende moment is dinsdag 8 september. Die vergaderingen zijn openbaar, dus u kunt er gewoon bij zijn. Bekijk de dagen die tellen.